• en
  • nl
  • Een nieuwe beenprothese ter verbetering van de zijwaartse balans van protheselopers

    Het looppatroon van protheselopers is afwijkend van dat van gezonde lopers. De combinatie van het toevoegen van een passief hulpstuk en het gebrek aan actieve sturing van dit hulpstuk leidt tot bepaalde beperkingen.
    Eén daarvan is het onvermogen om het drukpunt onder de voet te verplaatsen tijdens het lopen op de prothese (Hof e.a., 2007).

    Dit wordt veroorzaakt door een gebrek aan enkelsturing in de prothesevoet wat leidt tot problemen met zijwaartse (laterale) balans. In een poging om te compenseren voor de beperkingen in balanscontrole passen protheselopers hun loopparameters aan (Schmid e.a., 2005; Hof e.a., 2007). Zo staan ze langer op het intacte been en is hun stap breder aan de prothese kant. Ook vertonen protheselopers een zijwaartse buiging van de romp naar de prothesekant toe (Jaegers e.a., 1995). Dit is te verklaren uit gewrichtsmomenten die erop gericht zijn om dwarskrachten onder de voet op te wekken (Otten, 1999).

    Prototype van het gepatenteerde mechanisme

    Prototype van het gepatenteerde mechanisme.

    Het doel van dit project:

    Het kerndoel in het ontwerp en de implementatie van het prototype is om de zijwaartse balanscontrole van protheselopers te verbeteren. Zijwaartse balanshandhaving verschilt sterk tussen normaal lopen en protheselopen, aangezien zenuwen en spieren in de prothese ontbreken, waardoor deze niet actief gestuurd kan worden. Daarnaast introduceert een prothese zijn eigen dynamica en beperkingen, waar de geamputeerde mee om moet leren gaan.